
OM over geldbedrag Avior-onderzoek
Van een onzer verslaggevers
Willemstad - Het Openbaar Ministerie (OM) heeft toegelicht dat een tijdens het onderzoek Avior in beslag genomen geldbedrag volgens de geldende procedure is afgehandeld. Het bedrag wordt zo spoedig mogelijk teruggegeven aan de betrokkene.
De toelichting volgt na berichtgeving in een lokale krant waarin werd gesteld dat het geldbedrag door de politie zou zijn achtergehouden en niet aan de eigenaar was teruggegeven. Volgens het OM is uit onderzoek naar de gang van zaken rond het beslag gebleken dat de in beslag genomen geldbedragen direct na de inbeslagname zijn afgestort op de daarvoor bestemde rekening van het Afpakteam.
Het OM laat weten dat een last tot teruggave zal worden gegeven. Over de teruggave heeft inmiddels overleg plaatsgevonden met de raadsvrouw van de betrokkene.
Het geldbedrag maakte deel uit van het onderzoek Avior, waarin verdachte F. deze week door het gerecht volledig werd vrijgesproken. Het OM had zelf al om vrijspraak gevraagd voor de verdenking van witwassen, omdat volgens het OM wel een sterk vermoeden bestond, maar onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor een veroordeling.
Het Avior-onderzoek richtte zich onder meer op witwassen, underground banking en andere financiële strafbare feiten. F. kwam in beeld vanwege vastgoedtransacties ter waarde van miljoenen guldens, waaronder aankopen van woningen, terreinen, een resort en een supermarkt.
Volgens het OM ontstond het vermoeden van witwassen onder meer doordat bij de Belastingdienst geen inkomen bekend was dat de investeringen kon verklaren. Ook zouden betalingen voor vastgoed grotendeels via verschillende Chinese bankrekeningen zijn verlopen.
De verdediging stelde dat het vermogen van F. afkomstig was uit de nalatenschap van zijn overleden vader. Volgens zijn advocaat had F. onder meer zeventien appartementen in China, twee woningen en miljoenen aan vermogen geërfd. Zijn vader zou in China een houtfabriek hebben gehad en het vermogen daarvan hebben meegenomen toen hij met zijn gezin naar Curaçao verhuisde.
Tijdens de behandeling van de zaak stelde de verdediging met documenten te hebben onderbouwd dat het vermogen een legale herkomst had. Geldtransfers via verschillende personen zouden volgens de verdediging verband houden met beperkingen op buitenlandse overboekingen vanuit China.
Een belangrijk onderdeel van het onderzoek waren mogelijke getuigen in China die meer duidelijkheid konden geven over de geldstromen. Het OM slaagde er uiteindelijk niet in deze getuigen te horen. Wel werden op Curaçao verklaringen afgelegd over de zakelijke activiteiten van de vader van F. en de erfenis.
Ook de verdenking van underground banking leidde niet tot een veroordeling. Volgens het OM waren er aanwijzingen, maar kon de rol van F. onvoldoende worden vastgesteld. Daarnaast werd F. verweten dat hij over meerdere jaren geen inkomstenbelastingaangifte had gedaan. Ook dat feit werd niet bewezen.
F. werd daarom integraal vrijgesproken van alle vier tenlastegelegde feiten.


