Zoals ik elders heb betoogd, is de Chinese staat hierin een drijvende kracht geweest: enerzijds om China te positioneren als cruciale speler in de oorlog en in de opbouw van de naoorlogse wereldorde, anderzijds om nationale eenheid en paraatheid te versterken in een tijd van toenemende mondiale spanningen.

Naast de nationale ceremonie in Beijing op 3 september 2025 werden diverse andere activiteiten georganiseerd, waaronder museumtentoonstellingen door het hele land, internationale uitwisselingen en academische conferenties.

Mondiaal perspectief: academische discussies over WO2

Een voorbeeld hiervan is het symposium dat op 25 en 26 april 2025 in de stad Chengdu werd georganiseerd door de Chinese Academie van Sociale Wetenschappen in samenwerking met Sichuan Normal University. Een bericht op de website van laatstgenoemde universiteit noemt enkele gezichtspunten die tijdens het symposium aan bod kwamen.

Eén daarvan is het grote belang van de oorlog voor de historische ontwikkeling van het moderne China. In de huidige interpretatie wordt de oorlog gezien als een cruciaal keerpunt in de geschiedenis dat de Chinese natie ‘van lijden naar glorie’ bracht. Daaruit volgt onder meer, aldus een van de onderzoekers, dat dit verleden in het heden een belangrijke rol speelt als ‘bron van wijsheid en kracht voor een vreedzame ontwikkeling’.

Een ander punt betreft het grote belang van de Chinese bijdrage aan de geallieerde oorlogsinspanningen en de uiteindelijke overwinning. Daarom is het, zo betogen deze historici, essentieel dat de Tweede Wereldoorlog vanuit een mondiaal en meer omvattend perspectief wordt bestudeerd dan tot nu toe het geval is geweest.

Ter illustratie haalt het bericht een deelnemer van het symposium aan die in officiële archieven en historische kranten onderzoek heeft gedaan naar het ‘bloedbad van Curaçao’. Dit verwijst naar de tragische gebeurtenissen op Kamp Suffisant op 20 april 1942, toen vijftien Chinese zeelieden door leden van de Nederlandse militaire politie werden gedood tijdens een staking voor betere omstandigheden op de Nederlandse schepen waarop zij moesten werken. Dankzij de langdurige inspanningen van de Stichting Eerherstel Oorlogsslachtoffers Curaçao wordt dit bloedbad sinds 2003 jaarlijks als de Aprilmoorden herdacht, sinds 2017 ook officieel door de regering van Curaçao.

Groeiend bewustzijn: Chinezen op Curaçao tijdens de oorlog

De Nederlandse Antillen waren tijdens de oorlog de belangrijkste olieleverancier van de geallieerden. Vrijwel alle vliegtuigbrandstof voor de Royal Air Force werd op Curaçao geraffineerd. De tankers waarmee die olie werd vervoerd vormden een belangrijk doelwit voor Duitse onderzeeboten die in februari 1942 in de regio opdoken. Bij meerdere torpedo‑aanvallen gingen Nederlandse schepen ten onder, waarbij ook enkele Chinese bemanningsleden om het leven kwamen.

De Chinese zeelieden, die in het koloniale bestuur als ongewenste vreemdelingen te boek stonden, maar desondanks verplicht werden te varen, speelden bij de gevaarlijke transporten een cruciale rol. Zij waren de enigen die het zware werk in de bloedhete machinekamers van de olietankers naar tevredenheid van de Nederlandse officieren konden verrichten. Dit leidde onder laatstgenoemde groep dan ook tot een zekere solidariteit met de geïnterneerde Chinese zeelieden.

Het grote offer dat deze Chinese zeelieden hebben gebracht, leidt de (niet bij naam genoemde) Chinese deelnemer van het symposium tot de conclusie dat zij ‘niet alleen een lang vergeten, zij het belangrijke kracht vormden in de antifascistische strijd, maar dat hun verzet en opoffering tevens symbool stonden voor het antikoloniale bewustzijn tijdens de oorlog’.

Dit groeiende bewustzijn drukte een duidelijke stempel op het buitenlandbeleid van de toenmalige Chinese regering. Kort na het incident vestigde de Republiek China een consulaat in Willemstad om de belangen van de honderden Chinese zeelieden die op de olietankers werkten beter te kunnen beschermen. Ook op andere terreinen van de bilaterale relatie kwam de Chinese regering na het voorval sterker op voor het nationale belang, zoals ik elders heb beschreven.

In maart 1950 erkende Nederland de Volksrepubliek China en verbrak het de diplomatieke banden met de Republiek China, waarvan de regering zich inmiddels op Taiwan had teruggetrokken. Het voormalige consulaatsgebouw aan de Scharlooweg werd omgevormd tot de Chinese Club. In 2014 opende de Volksrepubliek een consulaat-generaal op Curaçao, maar dit koos voor een andere locatie.

Recente geschiedschrijving: Nederland en Curaçao in Chinees onderzoek

De interpretatie van de hierboven aangehaalde Chinese historicus sluit naadloos aan bij een wetenschappelijk artikel van Yan Haijian - mogelijk dezelfde onderzoeker - dat in 2020 verscheen in een Chineestalig academisch tijdschrift over oorlogsgeschiedenis. Dat artikel baseert zich, naast archiefmateriaal in Taiwan, vooral op de dagboeken en memoires van Wunsz King (ofwel Jin Wensi), destijds de Chinese gezant bij de Nederlandse regering in Londen.

Deze gezant diende in mei 1942 twee scherpe diplomatieke protesten in bij de Nederlandse regering in ballingschap, waarin hij compensatie eiste voor de slachtoffers, bestraffing van de betrokken functionarissen en garanties dat dergelijke incidenten zich niet zouden herhalen. Dit werd hem niet in dank afgenomen op het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken in Londen, waar men de formulering van de protestnota ‘onvriendelijk en onaangenaam’ vond en aandrong op intrekking ervan. King riposteerde dat de onaangenaamheid niet in de nota zat, maar in het incident zelf, dat niet meer ongedaan gemaakt kon worden.

In zijn artikel uit 2020 beschrijft Yan Haijian hoe King zijn regering informeerde over het Nederlandse standpunt en daarbij zijn eigen optreden rechtvaardigde: „Het valt te betreuren dat er een conflict is ontstaan tussen de geallieerde mogendheden, maar de problemen liggen bij hen en wij zijn daarvoor niet verantwoordelijk. Deze waarheid zal in de toekomst aan het licht komen.” De gezant voegde eraan toe dat hij geen overdreven taal had gebezigd en dat het onwaarschijnlijk was dat Nederland schuld zou erkennen of compensatie zou geven in geval van een vriendelijkere formulering.

Twaalf dagen later ontving King een reactie van zijn superieuren op het ministerie in China: „De formulering van de diplomatieke nota en de onderhandelingsstrategie betreffende de Curaçao‑zaak zijn volstrekt adequaat. Met een dergelijke Nederlandse opstelling zullen we moeten persisteren.” Yan concludeert in zijn artikel dat het geschil niet kon worden opgelost omdat de Nederlandse regering, ondanks de toenemende Chinese druk, een koloniale houding bleef aannemen.

Hervonden herdenking: ontdooiing en mondialisering

Sinds 2010 verricht ik onderzoek naar de historische betrekkingen tussen Nederland en China. In de loop der jaren heb ik talloze archieven geraadpleegd in Nederland, China en Taiwan. In 2019 publiceerde ik mijn bevindingen in een uitgebreide academische monografie, gevolgd in 2021 door twee Engelstalige artikelen over verwante onderwerpen.

In al die jaren van onderzoek ben ik vrijwel geen Chineestalige literatuur tegengekomen over de betrekkingen tussen Nederland en China tijdens de Tweede Wereldoorlog, laat staan over de tragische gebeurtenissen op Curaçao. De eerste keer dat ik een verwijzing naar het ‘Curaçao-incident’ aantrof in Chinese academische literatuur was vrij onlangs in het eerdergenoemde artikel uit 2020. Dat de Chinese aandacht voor deze geschiedenis tot dusver zo beperkt is gebleven, laat zich goed verklaren.

Wunsz King was destijds de diplomatieke vertegenwoordiger bij het Nederlandse hof van de Nationalistische regering onder leiding van Chiang Kai-shek. Ondanks diepgewortelde rivaliteit werkte deze regering tijdens de oorlog noodgedwongen samen met de Chinese communisten van Mao Zedong in het gezamenlijk verzet tegen de buitenlandse bezetter. Die samenwerking hield echter geen stand: na de overwinning op Japan in 1945 werd de burgeroorlog hervat. Eind 1949 won Mao deze strijd en week Chiang met zijn regering uit naar Taiwan.

Tijdens de Koude Oorlog werd de voormalige samenwerking door beide kanten jarenlang stelselmatig verzwegen, maar de afgelopen jaren is daar in de Volksrepubliek geleidelijk verandering in gekomen. Vandaag de dag worden in China juist de gezamenlijke strijd en de nationale eenheid van het Chinese volk benadrukt, zoals ik al opmerkte. Nu de Chinese geschiedschrijving van de Tweede Wereldoorlog bovendien een mondialer karakter krijgt, ontstaat er ruimte om het bloedbad op Curaçao van 1942 een plek te geven in de historische canon van de Volksrepubliek.

Deze ontwikkeling past bovendien in een groeiende trend in de Volksrepubliek om nationale helden en martelaren te herdenken die op een of andere wijze een bijdrage hebben geleverd aan de ‘wederopstanding’ van China. Daarbij gaat het allang niet meer alleen om de ‘rode’ revolutionairen uit de tijd van Mao, maar juist ook om gewone burgers en arbeiders die op kritieke momenten in de moderne geschiedenis offers hebben gebracht voor het vaderland.

Deze vernieuwde herdenkingscampagne gaat gepaard met een wereldwijde zoektocht naar gevallen Chinese helden om hen postuum te eren en symbolisch met het moederland te herenigen. Een volgende fase in dit voortschrijdende herdenkingsproces zou wel eens een zoektocht in China kunnen omvatten naar de families van de op Curaçao gesneuvelde Chinese arbeiders, zodat zij hun op Kolebra Bèrdè rustende verwanten samen met de Curaçaose gemeenschap kunnen gedenken.