
OPINIE: Toerisme is niet het probleem
Ongereguleerde groei is het probleem
Door Hans Slier
Maar nog even, en dan is het WK voorbij. Dan gaan de vlaggen weer naar binnen, verdwijnen de toeters en trommels van de straat en wordt het weer business as usual. En juist dan blijven de vragen over die veel belangrijker zijn dan negentig minuten voetbal. Van wie is Curaçao eigenlijk? Hoe houden we ons eiland leefbaar, betaalbaar en herkenbaar? En hoe zorgen we ervoor dat economische groei niet ten koste gaat van de mensen die hier wonen?

In die discussie wordt toerisme vaak te makkelijk als zondebok aangewezen. Alsof elk hotel, elk resort en elke toerist automatisch bijdraagt aan drukte, verlies van identiteit, overbelasting van infrastructuur en stijgende huizenprijzen. Maar dat beeld is te simpel. Sterker nog: het leidt de aandacht af van waar de echte problemen zitten.
Toerisme is voor Curaçao geen luxe. Het is één van de belangrijkste pijlers onder onze economie. Hotels zorgen voor werkgelegenheid, opleidingsmogelijkheden, belastinginkomsten, investeringen in infrastructuur en kansen voor lokale ondernemers. Van taxi’s tot wasserijen, van aannemers tot leveranciers, van excursiebedrijven tot restaurants: duizenden mensen verdienen direct of indirect hun inkomen dankzij toerisme.
De vraag zou dus niet moeten zijn of toerisme goed of slecht is. De vraag is: welke vorm van toerisme willen we? Want niet elk toeristisch model heeft dezelfde impact op het eiland.

Een goed georganiseerd hotel of resort is zichtbaar, controleerbaar en belastbaar. Het betaalt vergunningen, loonbelasting, sociale premies, winstbelasting, omzetbelasting (ob), toeristenbelasting en andere lokale heffingen. Het staat onder toezicht, moet voldoen aan regels, investeert in veiligheid, brandpreventie, afvalverwerking, watermanagement en personeelsbeleid. Grote resorts investeren bovendien steeds vaker in zonnepanelen, waterrecycling, efficiënte koelsystemen en eigen afval- en logistieke oplossingen.
Ook qua druk op het eiland ligt het genuanceerder dan vaak wordt gedacht. Gasten in een resort zijn niet elke dag met huurauto’s, taxi’s of busjes onderweg naar dezelfde populaire stranden, supermarkten en restaurants. Ze eten, drinken en recreëren binnen of vlak bij het resort. Dat betekent minder dagelijkse verkeersbewegingen, minder parkeerdruk bij stranden, minder druk op woonwijken en minder verspreide belasting van lokale voorzieningen.

Dat is iets anders dan de explosieve groei van ongeregistreerde alternatieve accommodaties. Huizen en appartementen die vroeger beschikbaar waren voor lokale bewoners, worden massaal omgezet naar vakantieverhuur. Vaak zonder duidelijke vergunning, zonder dezelfde fiscale druk, zonder toezicht op veiligheid, zonder structurele bijdrage aan sociale premies of lokale werkgelegenheid, en zonder dezelfde verplichtingen als hotels. Ondertussen verdwijnen woningen uit de lokale markt en stijgen huur- en koopprijzen verder.
Voor de gemiddelde Curaçaoënaar is dát misschien wel de meest tastbare pijn.
Niet het hotel aan de kust, maar het huis in de wijk dat ineens geen thuis meer is, maar een businessmodel.
Lees de rest van dit artikel op AD Online!


