COMMENTAAR - Meer respect voor Rekenkamer
Premier Gilmar Pisas (MFK) heeft de twijfelachtige eer dat gedurende zijn regeerperiode de Algemene Rekenkamer Curaçao (ARC) tot nu toe tweemaal officieel is verzocht om een definitief rapport inzake de jaarrekening van het Land te rectificeren en/of in te trekken - zogenaamd omdat deze ernstige fouten zou bevatten. Geen van beide keren met resultaat. De eerste maal gebeurde dat tijdens het kabinet-Pisas II met Javier Silvania als minister van Financiën en de tweede maal tijdens het huidige kabinet-Pisas III met zijn opvolger Charles Cooper als bewindspersoon verantwoordelijk voor Financiën. Allebei kregen ze nul op het rekest; de Rekenkamer ziet geen reden om de bevindingen en conclusies te corrigeren en dus ook niet om het rapport te herroepen. Dit gebeurde telkens nadat de ministers eerst publiekelijk fel uit hadden gehaald naar de ARC. Beide keren verdienen allesbehalve een schoonheidsprijs.
De laatste keer ging de zittende minister van Financiën zo ver dat hij behalve het rapport ook de begeleidende gerelateerde video het liefst van de website van de Rekenkamer verwijderd had willen zien. Ook wenste Cooper integrale opname van de reactie van de regering op het ARC-rapport. Deze ‘eisen’ komen als dreigend en intimiderend over. Het is juist toe te juichen dat de Rekenkamer moeite doet om de complexe en daardoor lastige materie van een jaarrekening van het Land door middel van een video toegankelijk(er) te maken voor het grote publiek. En met integrale opname van de regeringszienswijze doet hij voorkomen dat alleen deze de correcte weergave zou zijn en het onderzoekswerk van de ARC de prullenbak in kan.
Dit is ondermijning van de positie van de Rekenkamer, een Hoog College van Staat, en daarmee de facto ondermijning van de democratische rechtstaat. Die is zeker niet alleen gebaseerd op de macht van de meerderheid, maar juist mede gestoeld op een set van voorname instituten die deze rechtsstaat waarborgt en overeind houdt. Dat zijn de onafhankelijke organen die de regering controleren, adviseren of rechtspreken, met een positie vastgelegd in de constitutie (Staatsregeling van Curaçao). Het gaat dan onder meer om de Staten (het parlement zorgt voor wetgeving en controleert de ministers); de Raad van Advies (het hoogste adviescollege voor wetgeving); de Ombudsman (behandelt klachten van burgers over de overheid); en de Rekenkamer (controleert overheidsuitgaven en de effectiviteit ervan). Hieraan tornen is feitelijk slecht voor de democratie en daarmee slecht voor de bevolking.
In het ‘conflict’ tussen de regering-Pisas en de Rekenkamer, doet de ARC wat de Financiënminister, of bij voorkeur de voltallige ministerraad, had moeten doen: er wordt vanuit het college en secretariaat een handreiking gedaan, namelijk om met de minister in gesprek te gaan. Want, zo vindt de ARC: ,,De Rekenkamer en de regering hebben een gedeeld belang: het realiseren van een gezonde financiële huishouding, resulterend in een goedkeurende verklaring op de jaarrekening van het Land.” Zo eenvoudig is het. Niet meer en niet minder. Cooper en het kabinet-Pisas kunnen lering trekken uit deze hoffelijke en vooral respectvolle benadering door de Rekenkamer, die - omgekeerd - zelf ook meer respect verdient. Het conflictmodel hanteren lost niets op; vooral als de initiator ervan uiteindelijk toch aan het kortste eind trekt. Niet de Rekenkamer is de vijand van Land en bevolking, maar de eigen tekortkomingen. Het is daarom goed als regeringsleider Pisas, zeker wat betreft de retoriek van zijn bewindslieden richting de Hoge Colleges van Staat, de regie meer naar zich toetrekt. Het kabinet draagt per slot van rekening zijn naam.



