INGEZONDEN: Bubbels, borrelpraat en beerputten
Wie het verslag leest van de jaarlijkse nieuwjaarsreceptie van Chata waant zich in een parallel universum. Recordcijfers. Groei. Duurzaamheid. Eenheid. Ambitie. De juiste mensen op de juiste plek, schouder aan schouder, in een sfeervolle villa, met bubbels in de hand en de toekomst in het vizier.Maar wie na die borrel de parkeerplaats afrijdt, komt hard terug op aarde. Daar begint het échte Curaçao. Met omvergereden verkeersborden. Onleesbare wegbewijzering. Bushaltes die eruitzien als vergeten bouwplaatsen. Zwerfvuil langs de wegen. Rioolwater en afvalstromen die - anno 2026 - nog altijd ongefilterd richting zee verdwijnen. Industriegebieden waarvan het afval via één grote pijp de noordkust in wordt geperst, alsof de zee een bodemloze beerput is. En dan hebben we het niet eens over de zichtbare en onzichtbare zwerfhonden en -kattenproblematiek, en de verwaarlozing en dierenleed die daarmee gepaard gaan. En precies dáár wringt het. Niet omdat Curaçao geen kennis heeft. Niet omdat er geen geld is. Niet omdat we geen ‘stakeholders’ hebben. Integendeel. Aan die borrels lopen ministers, premiers, gouverneurs, hoteldirecteuren, investeerders, consultants, economen en communicatiespecialisten rond. Mensen met studies, ervaring, internationale netwerken en toegang tot kapitaal. Dit zijn geen naïeve dromers. En tóch gebeurt er niets.Dat is geen onvermogen meer. Dat is selectieve blindheid. Duurzaamheid als decorstuk. In toespraken wordt gesproken over ‘duurzame groei’ en ‘respect voor cultuur en mens’. Maar duurzaamheid lijkt vooral te gelden binnen de muren van de resorts. Daar is alles strak: recyclingbakken, zonnepanelen, perfect gesnoeide palmen. Buiten de hekken begint een andere werkelijkheid, waar niemand zich eigenaar van voelt. Dat is geen toeval. Dat is cherry picking.We investeren probleemloos miljoenen in hotels, terminals, vliegvelden en marketingcampagnes. Maar structurele investeringen in afvalverwerking, waterrecycling, publieke infrastructuur en ruimtelijke ordening blijven steken in praatgroepen en pilots. Alsof dat ‘niet sexy genoeg’ is voor een receptie.Ontwikkeling zonder kompas. Alsof dat nog niet genoeg is, worden hotels met indrukwekkende voortvarendheid uit de grond gestampt. Kustlijnen worden platgewalst, natuurgebieden herschikt tot kavels, en impactstudies lijken soms meer op formaliteiten dan op serieuze afwegingen. Ontwikkeling an sich is niet het probleem - ontwikkeling zonder visie wel.Waar is het meerjarenplan? Waar is het ruimtelijk kader? Waar staat beschreven waar wel en waar niet gebouwd mag worden, onder welke voorwaarden, met welke ecologische consequenties en welke maatschappelijke tegenprestatie? Of is het beleid simpelweg: wie het eerst komt met een investeringsvoorstel, krijgt uitzicht op zee? Het oogt ad hoc. Snel. Vlug. Vandaag een hotel hier, morgen nog eentje daar. Zonder zichtbaar overkoepelend plan, zonder heldere rode lijnen, zonder lange adem. En ondertussen storten we dagelijks een fecaliën-brei over het koralentapijt dat in toeristische brochures als ‘ongerept’ wordt aangeprezen. Ironie is soms geen stijlfiguur, maar een infrastructuurprobleem.Het salon-idealisme. Wat hier zichtbaar wordt, is salon-idealisme: het geloof dat je een eiland kunt verkopen als paradijs, terwijl de basisvoorzieningen eronder wegrotten. Dat toerisme losstaat van leefomgeving. Dat bezoekers alleen stranden zien en geen wegen, geen wijken, geen bushaltes. Maar toeristen zien méér dan we denken. Ze rijden zelf. Ze verdwalen. Ze zien het afval. Ze ruiken het soms ook. En belangrijker: de bevolking leeft er elke dag in.Het wrange is dat juist een organisatie als Chata - met haar invloed, haar leden en haar toegang tot macht - hier een voortrekkersrol zou móéten spelen. Niet alleen als belangenbehartiger van hotels, maar als hoeder van het totaalplaatje. Toerisme zonder leefbaarheid is geen succesverhaal, het is uitstel van schade.De vraag die blijft liggen. Hoe geloofwaardig is een sector die spreekt over respect en duurzaamheid, maar zwijgt over structurele vervuiling? Hoe oprecht is een gezamenlijke ambitie, als die stopt bij de hotelpoort? En hoelang blijven we applaudisseren voor groeicijfers, terwijl de publieke ruimte langzaam afbrokkelt? Hoeveel megahotels worden er nog uit de grond gestampt ten koste van de natuur, kust en koraalriffen? Koraalriffen waar elke dag fecaliën-brei over wordt uitgestort. Dit is geen aanval op personen. Dit is een spiegel voor een systeem dat zichzelf te comfortabel is gaan vinden. Misschien is het tijd dat op de volgende nieuwjaarsborrel niet alleen de champagne wordt ontkurkt, maar ook de beerput. Want pas als die twee werelden - het chique binnen en het verwaarloosde buiten - met elkaar verbonden worden, kunnen we eerlijk zeggen dat Curaçao vooruitgaat. Tot die tijd blijft het wat het nu is: mooie woorden in een mooie zaal, met een lelijke werkelijkheid net buiten beeld.Peter-John de Jong, Curaçao



