Maar goed, daar wil ik het nu niet over hebben.

F10 OPINIE

Terwijl we verder lopen langs het strandje en het haventje achter het nieuwe hotel, dat overigens nog niet eens geopend is, valt mijn oog op een bord van het hotelmanagement. Op dat bord staan allerlei regels voor het gebruik van het strand, en dat ook nog eens uitsluitend in het Engels. Om te beginnen moet ik vaststellen dat de toegang niet expliciet is verboden: ook niet-hotelgasten mogen van het strand gebruik maken. Ik ben wel benieuwd of dat zo blijft zodra het hotel daadwerkelijk open is.De strandgebruiker mag echter niet barbecueën of grillen, geen eten of drinken meenemen, al dan niet in een koelbox of jug, en harde muziek is eveneens verboden. Topless zonnebaden mag niet, drones boven het strand laten vliegen evenmin, en ook honden zijn niet toegestaan. Bovendien dien ik te allen tijde de instructies van het beveiligingspersoneel op te volgen.Al deze geboden en verboden irriteren mij onmiddellijk en maken me opstandig. Hoezo mag iemand mij, als local, voorschrijven wat ik wel of niet mag doen op een openbaar en publiek strand? Openbare stranden zijn toch van het volk? Daar mag men toch doen wat men wil? Waar halen derden dan het recht vandaan om mij op ‘ons strand’ regels op te leggen? Het wekt in ieder geval mijn nieuwsgierigheid naar hoe het eigenlijk (juridisch) in elkaar zit met openbare stranden. Bovendien valt het me op dat er veel misinformatie over dit onderwerp circuleert op social media, vandaar dat ik hier probeer duidelijkheid te verschaffen.

Wat zijn stranden?Curaçao kent, anders dan Aruba bijvoorbeeld, geen lange, brede witte zandstranden. Het langste witte zandstrand bevindt zich zelfs niet op het hoofdeiland, maar op Klein Curaçao. Op Curaçao kennen we verschillende soorten stranden: natuurlijke witte zandstranden (zoals Knip), kunstmatig aangelegde zandstranden (zoals Mambo en Barbara Beach), koraalsteenstranden (langs Marie Pompoen en Rif, maar ook bij Playa Piskadó in Westpunt) en stranden met zwart vulkanisch gesteente (zoals Santu Pretu). Grote delen van onze kustlijn zijn echter helemaal geen strand, omdat het land daar als klip steil naar beneden de zee in loopt.Naast de vraag wat een strand is, is ook van belang waar een strand begint en waar het eindigt en overgaat in een ander (eigendoms)perceel landinwaarts. In een inmiddels oud vonnis heeft het Hof van Justitie een definitie gegeven van de begrenzing van een strand. Aan de zeezijde loopt het strand tot de laagwaterlijn. Aan de landzijde eindigt het strand ‘daar waar de ononderbroken natuurlijke begroeiing, een beschoeiing of zeewering, dan wel van oudsher aanwezige bebouwing begint’. Die definitie is enigszins vaag, maar tot op de dag van vandaag de enige bruikbare juridische afbakening.Het Burgerlijk Wetboek van Curaçao (artikel 5:26 BW) bepaalt expliciet dat stranden geacht worden eigendom te zijn van de overheid, het Land Curaçao. Dat neemt niet weg dat derden in het verleden stranden in eigendom, erfpacht of beheer kunnen hebben verkregen, of dat de overheid dit alsnog doet of wil doen, bijvoorbeeld ten behoeve van een hotel. Degene die stelt eigenaar of beheerder van een strand te zijn, zal dat ook moeten kunnen aantonen.Daarbij geldt bovendien dat de wet bepaalt dat beperking van de openbaarheid van stranden, door vervreemding, bezwaring, ingebruikgeving of anderszins, uitsluitend kan plaatsvinden bij landsverordening. De wetgever heeft hiermee willen voorkomen dat de overheid ondoordacht handelt en heeft de Staten een waarborgfunctie gegeven om het openbare en publieke belang te blijven beschermen.

Wat betekent de openbaarheid van stranden?De volgende vraag is wat de openbaarheid van stranden precies inhoudt. Omdat stranden in beginsel eigendom zijn van het Land Curaçao, vervullen zij een publieke functie. Die publieke functie brengt met zich mee dat de belangen van de bevolking met betrekking tot de toegang tot stranden door de overheid in acht moeten worden genomen. Wanneer stranden in eigendom of beheer worden overgedragen aan derden, bijvoorbeeld aan een hotel, dient de overheid in de overdrachtsvoorwaarden de toegang voor het publiek te waarborgen.Dat betekent echter niet dat aan die toegang geen enkele voorwaarde mag worden verbonden. Zowel de overheid als degene die het strand van de overheid heeft verkregen, mag regels stellen. Die regels moeten wel redelijk zijn, en het is aan het parlement om daar toezicht op te houden.

En precies daar wringt het: wat is redelijk?Zijn de regels die het management van het Majestic Hotel stelt redelijk? Daar valt zeker over te discussiëren. Waarom mag ik geen eten en drinken meenemen als ik een dagje op het strand wil liggen? Daarmee word ik feitelijk gedwongen gebruik te maken van de catering van het hotel, die er nu niet eens is en later hoogstwaarschijnlijk aanmerkelijk duurder is. Op sommige stranden op Bándabou is bovendien twee derde van het strand afgeschermd voor lokale bezoekers, omdat dit deel is gereserveerd voor bussen met cruisetoeristen. Wij mogen ons dan ophouden in het resterende derde deel, en dat ook nog eens tegen betaling van parkeergeld en/of entree. De openbaarheid van het strand wordt daarmee naar mijn mening aanzienlijk aangetast.Recentelijk heeft het Hof zich in een uitspraak over het strand van het Marriott Hotel te Piscaderabaai over deze problematiek uitgesproken. Marriott had de toegang vanaf het naastgelegen Parasasa-strand door middel van hekken afgesloten. Het Hof overwoog dat beperking van de openbaarheid, zoals bedoeld in de wet, niet betekent dat een toestand in stand wordt gehouden waarin de openbaarheid niet volledig is, maar slechts dat de openbaarheid wordt verminderd. Met andere woorden: sinds de opname van deze bepaling in de wet moet een vermindering van de toegankelijkheid wettelijk worden geregeld. Bestond een beperking al dan is die niet opgeheven door de nieuwe wettelijke regeling. Aangezien het strand al voor de wetswijziging was overgedragen kon en mocht Marriott het strand afsluiten. Overigens, na de uitspraak hebben Marriott en de overheid duidelijke afspraken hierover gemaakt.

Conclusie

F10 OPINIE 1
Stranden van het Land Curaçao dienen openbaar te zijn. Bij overdracht van stranden aan hotels moet die openbaarheid worden gegarandeerd. Dat laat echter onverlet dat regels kunnen worden gesteld, mits die regels de openbaarheid niet te zeer aantasten.Kijk bijvoorbeeld naar Playa Piskadó in Westpunt, waar men struikelt over ligstoelen en parasols die aan toeristen worden verhuurd. De vissers worden daardoor steeds verder beperkt in hun oorspronkelijke activiteiten, wat tot merkbare fricties leidt. Is dat een beperking van de openbaarheid? Het blijft een lastige vraag welke regels wel en niet toelaatbaar zijn zonder inbreuk te maken op het beginsel van openbaarheid. Wat voor de één geen probleem vormt, ervaart de ander als onaanvaardbaar.Wat in dit kader dan ook dringend nodig is, is duidelijk beleid van de overheid. Op Aruba, ons zustereiland met zijn uitgestrekte zandstranden en grote hotels, bestaat al geruime tijd beleid op dit terrein. Ook daar geldt als primair uitgangspunt dat stranden openbaar moeten zijn, ook voor en langs de hotels. In de media stond recentelijk dat het strandenbeleid zal worden aangepast aan de huidige ontwikkelingen in gebruik en toegankelijkheid van stranden. Op Curaçao ontbreekt een dergelijk beleid volledig. Juist daarom is het hoog tijd dat dit alsnog wordt ontwikkeld, vastgesteld en bekendgemaakt. Ik las overigens dat het Ministerie van Economische Ontwikkeling (MEO) een voorlopige stop heeft afgekondigd op nieuwe aanvragen voor standplaatsen en ventvergunningen op of aan openbare stranden. Want de overheid wil eerst beleid ontwikkelen voor commerciële activiteiten aan zee. Ik hoop dat de overheid bij de ontwikkeling van dit beleid alle belanghebbenden, vooral de lokale burgers, volop de kans geeft input aan dit beleid te mogen geven.Edwin 'Makambi' Flameling is al jaren visser van beroep.